Urtica dioisa L.

Brandnetels komen voor op stikstofrijke, humushoudende grond, vaak halfbeschaduwd. De plant is vooral te vinden op ruderale plaatsen: een biotoop gekenmerkt door ernstige menselijke verstoring, zoals afvalplaatsen en verlaten bouwplaatsen. Doordat de brandnetel rijk is aan stikstof (gunstig voor de groei van herbivoren), is het een voedselplant voor veel dieren, zoals dag- en nachtvlinders, wantsen, enkele slakken, cicaden, snuitkevers, glanskevers en bladluizen. Een aantal vlindersoorten heeft de brandnetel als waardplant.
| Taxonomische indeling | |
|---|---|
| Andere namen | Netel, nettel, nittel, tingel, tengel (Vlaams |
| Species (geslacht) | Urtica |
| Genus (geslacht) | dioisa |
| Familia | Urticaceae (brandnetelfamilie) |
| Clade | bedektzadigen |
| Clade | (nieuwe) tweezaadlobbigen |
| Clade | Fabiden (Heukels) |
| Clade | Rosales |
| Naam | |
|---|---|
| Urtica - Uro (Latijn) | Ik brand (verwijst naar de brandharen) |
| dioica (Grieks) | twee huizen (verwijst naar ♂ en ♀ planten) |
| Beschrijving | |
|---|---|
| Voorkomen | Algemeen, overblijvend, winterhard, stikstof- en humusrijke grond (indicator) |
| Hoogte | 60-100 cm, soms tot 250 cm |
| Wortel | rizomen, ronde, kruipende wortelstokken |
| Stengel | vierkantig, brandharen |
| Bladeren | gezaagde bladrand, brandharen |
| Bloemen | klein, groenachtig, vier of vijf meeldraden, groeien in oksel van de bladeren |
| Bloeitijd | juni tot de herfst |
| Oogsttijd | de hele plant, vóór de bloei |
| Verdere botanische info | |
|---|---|
| Tweehuizig | afzonderlijke ♂ en ♀ planten |
| Bloemen | een- of tweeslachtig |
| Vrucht | eenzadig |
| Bestuiving | wind |
| Bloeiwijze ♂ plant | kortere zijtakken |
| Bloeiwijze ♀ plant | zijtakken gaan na bevruchting enigszins hangen |
| Stamper | een of twee stempels |
| Brandharen | dunne holle haartjes, breken bij contact en geven branderig gevoel |

1 
2 
3 
4
| Inhoudsstoffen | |
|---|---|
| Bovengronds | carotenen, vitamine C, ijzer. Beetje vit. D, kiezelzuur, kalium, nitraat |
| Gedroogd | hoog eiwitgehalte (indien voor bloei geplukt) |
| Looistoffen | |
| Fenolzuur | |
| Slijmstoffen | |
| Mineralen | natrium, kalium, zwavel, magnesium, calcium, mangaan, ijzer, chloride |
| Flavonoïden | quercitine |
| Andere stoffen | histamine, choline, acetylcholine, serotoninen |
| Gebruik | |
|---|---|
| Verwarmend kruid | |
| Allergieën | Hooikoorts, lichte astma |
| Jeuk | Beten, steken, luieruitslag |
| Bloedarmoede | |
| Neusbloedingen | Sap |
| Vergrote prostaat | Wortel |
| Vochtafdrijvend | |
| Artritis |
Contra-indicatie
Bij overmatig gebruik kan hoofdpijn optreden als gevolg van de vochtafdrijvende eigenschappen.
Bronnen:
Wikipedia
Vroege vogels
NCBI – Ordinary plants with Extraordinary Properties
NCBI
Afbeeldingen:
Frank Vincentz, eigen werk, CC BY-SA 3.0