Follow on Bloglovin

Gisteren was het dan eindelijk zover. In de aanloop van de vierjarige studie ‘Fytotherapie/Herborisme’, volgde ik gisteren mijn eerste college van de studie Medische Basiskennis. Iets na 9 uur meldde ik me in een mooie zaal in een kerk in Amersfoort. En met mij zo’n 25 anderen.

In eerste instantie was ik best nerveus dat het niveau voor mij misschien een tikkie te hoog lag. Ik heb per slot van rekening een medische kennis die net ver genoeg reikt om een arts te irriteren – ‘Misschien moet je een andere huisarts gaan zoeken?’ – en in het vakjargon heb ik me ook nooit verdiept. Ik had al wat voorstudie gedaan, en geloof me, daar werd ik niet echt vrolijk van. Dat werd niet beter toen ik het uit twee grote multomappen bestaande boek ‘Het ABC van de Geneeskunde’ in mijn handen kreeg gedrukt. Naast de al eerder gekochte boeken met respectievelijk 2000 en 500 pagina’s, konden deze 1000 er ook nog wel bij blijkbaar.

Redelijk angstig dus zocht ik een plek in het iets te koude zaaltje op de bovenverdieping van het moderne gebedshuis. Zou ik de enige zijn die de ballen verstand had van de geneeskunde? Gelukkig bleek gedurende het college dat dat niet zo was. Een werknemer van een bekend landelijk bouwbedrijf en een vrouw die in de filmindustrie werkt, waren mijn ‘buren’. Beiden wilden zich verdiepen in de basisgeneeskunde, om dan later een eigen praktijk te kunnen beginnen. De een als acupuncturist en de ander als orthomoleculair voedingsdeskundige. Wat de rest doet, weet ik (nog) niet, maar de voorkennis van de meeste studenten bleek gelijk met de mijne. Niets, niente, nada dus. Yeah!

Tijdens het college, waarin naast het algemene ochtenddeel, ook de anatomie, het bloed, de spijsvertering en het zenuwstelsel in het kort aan bod kwamen (de verdieping is thuisstudiemateriaal), eindigden we met het onderdeel ‘farmacologie’. Kort gezegd: de leer van de geneesmiddelen en dan met name van de (wissel)werking tussen chemische en biologische stoffen. Dat vond ik reteboeiend.

Wist je bijvoorbeeld dat van het wereldberoemde paracetamolletje het werkingsmechanisme nog steeds onduidelijk is? Bizar dus dat dit middel eigenlijk gewoon in de schappen van de supermarkt ligt, maar de wetenschap niet eens zeker weet wat het in je lichaam doet. Waar ik me ook over verbaasde, is dat bloeddrukmeting bij een huisarts aan een protocol gebonden is. Er moet in ieder geval altijd meer dan één keer gemeten worden, met een tussenpauze van ong. 2-3 minuten. De eerste keer meten geeft meestal een te hoge waarde aan, ook wel een ‘wittejassenhypertensie‘ genoemd. Bij sommige mensen gaat de bloeddruk namelijk (sterk) omhoog door het meten in de spreekkamer van de arts. Niet zo raar, want je komt met een klacht, dus je bent altijd nerveuzer dan normaal.

Om die reden moet er dus nog een keer gemeten worden, en eigenlijk zelfs nog twee keer, met tussenpozen van het liefst zo’n 10 minuten. En de meting moet dan ook nog eens aan beide armen gedaan worden. Het gemiddelde van de 2e en 3e meting geeft daarna de meest correcte waarde aan. Ook een 30-minutenmeting of nog beter, een 24-uursmeting omzeilt het wittejassen-probleem. Los van deze metingen dient de arts altijd eerst te vragen of er in het voorafgaande half uur ook gerend is, koffie of alcohol is gedronken enzovoort, omdat ook dit een vertekend (lees: veel te hoog) beeld kan geven. Met alle eventuele gezondheidsgevolgen (a.g.v. medicatie) van dien.

Bij mijn huisarts gaat het iets anders. Makkelijker, zeg maar. Hij, of een van de assistenten, meet, indien dit nodig geacht wordt, slechts één keer mijn bloeddruk en daarbij wordt al helemaal niet gevraagd of ik me wellicht net daarvoor aan de caffeïne of de alcohol heb vergrepen! Heel bizar dus, weet ik nu.
Dus zal ik met de nieuw opgedane kennis volgende keer heel stoer, maar toch wel enigszins gespannen de spreekkamer inlopen met in mijn hand een kopje extra sterke koffie uit de wachtkamerautomaat. En als die band van de bloeddrukmeter dan om mijn bovenarm zit, dan stel ik hem de vraag of hij zich wel wil houden aan het bloeddrukprotocol.

Ik verkneukel me nu al op zijn reactie.

Uiteraard was dit niet het enige merkwaardige feit waar mijn docente mee aankwam. Maar daarover in het volgende blog meer.